Previous Page  15 / 32 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 15 / 32 Next Page
Page Background

kn15

+

14 april 2017

+

p15

Steeds vaker roept men dat men-

sen die psychisch lijden, eutha-

nasie moeten kunnen krijgen.

Dat is echter medisch, filosofisch

en gelovig gezien onwenselijk.

Br. dr. René Stockman

In België werd euthanasie bij uitzicht-

loos en ondraaglijk lijden in 2002 onder

bepaalde voorwaarden gelegaliseerd.

Eerst kwam alleen fysiek lijden in aan-

merking, maar de laatste jaren steeds

meer ook psychisch lijden. Zelfs min-

derjarigen kunnen nu zonder tussen-

komst van hun ouders om euthanasie

vragen, en sommigen willen dit uit-

breiden naar demente bejaarden en ge-

handicapten. Een krant meldde dat nu

één op de twintig Vlamingen sterft na

euthanasie. Er is dus sprake van een

hellend vlak dat helemaal aan het over-

slaan is. Wat ooit uitzondering was,

wordt nu regel en binnenkort een pati-

entenrecht.

Lichaam en psyche

Ik ben niet alleen fundamenteel gekant

tegen euthanasie, maar ook zeer bekom-

merd over hoe de geestelijke gezond-

heidszorg omgaat met euthanasie.

Er is immers een duidelijk verschil

tussen lichamelijke en psychische aan-

doeningen. Bij die eerste spreekt men

van ‘ziekte’, bij die tweede van ‘per-

sonen met een aandoening’. Een ziek-

te is min of meer te objectiveren, psy-

chisch lijden heel wat minder.

Psychisch lijden dat als ondraaglijk

wordt ervaren, is niet meteeen onbe-

handelbaar. En als een psychische aan-

doening niet behandelbaar lijkt, ver-

liest de patiënt daardoor nog niet alle

mogelijkheid tot herstel. Een psychia-

ter behandelt in eerste instantie een

mens, en die mens ontwikkelt soms

heel eigen mechanismen, soms als po-

sitieve bijwerking van de schijnbaar

weinig effectieve behandeling.

Tegelijk kan men ernstige vragen stellen

bij de wettelijke competentie van een

zeer zwaar depressieve mens, wiens

morele autonomie sterk verzwakt is. De

ervaring van uitzichtloosheid bij psy-

chisch lijden zegt op zich niets over de

vooruitzichten.

De terechte vraag is: hoeveel energie

zullen hulpverleners nog in de behan-

deling en begeleiding van een patiënt

steken, als die eenmaal als onbehandel-

baar is bestempeld? Omgaan met eutha-

nasievragen vergt van hulpverleners

dat ze de mensen nabij zijn en alles doen

om het doodsverlangen te veranderen

in levenswil. Onze maatschappij had

nog nooit zo veel therapeutische en on-

dersteunende middelen, maar kiest zij

desondanks meer dan ooit voor de

dood?

Vanuit het geloof

In het christelijk mensbeeld staat de eer-

bied voor ieder menselijk leven centraal.

De beschermwaardigheid ervan is ab-

soluut. Zonder iemands vraag en keu-

ze te beoordelen, gaan we vanuit een

fundamenteel respect voor diens auto-

nomie zorgvuldig met de euthanasie-

vraag om en begeleiden we hem op pro-

fessionele wijze. Maar omwille van de

beschermwaardigheid van het leven ne-

men we zelf niet actief deel aan de mo-

gelijke uitvoering ervan.

Het menselijk leven is immers heilig

omdat vanaf zijn oorsprong Gods beeld

aanwezig is in de mens, wat de mense-

lijke natuur als het ware vergoddelijkt.

Wat heilig is, mogen we alleen met eer-

bied behandelen, en de heiligheid be-

schermen en bevorderen. Over de le-

vens van onszelf en de medemens zijn

we slechts rentmeester, we beschikken

er niet over.

Kwaliteit

Vaak wordt gesteld dat het beter is een

leven dat geen kwaliteit meer heeft, te

beëindigen. Maar er bestaat een essen-

tiële kwaliteit (die gaat over het leven

als zodanig) en een accidentele kwali-

teit (de situatie waarin de mens zich

bevindt). Meestal vergeet men de es-

sentiële kwaliteit, die altijd intact

blijft. Een menselijk leven verliest dus

nooit zijn kwaliteit.

De termen ‘uitzichtloos’ en ‘ondraag-

lijk’ hebben met de accidentele kwali-

teit van het leven te maken. Het men-

selijk leven als zodanig heeft een

universele, intrinsieke waarde. Aan-

gezien de mens door en met zijn li-

chaam leeft, deelt het in die intrinsie-

ke waarde, en kan het niet tegen

andere waarden worden afgewogen.

Beëindiging van het leven om het lij-

den te stoppen offert het lichaam op

als middel om het lijden te beëindigen.

Met euthanasie degradeert men het li-

chaam tot middel.

Goed en kwaad

Centraal in de ethische opvatting van

goed en kwaad staat het respecteren

van de menselijke waardigheid, die

Een fatsoenlijke samenleving

beschérmt het leven juist

Foto: wikipedia.org - CCBY Lieven Van Assche

Broeder René Stockman

kn

opinie

concreet wordt in de idee van de on-

aantastbaarheid van het menselijk le-

ven en lichaam. Zelfs hedendaagse fi-

losofen spreken over de heiligheid

ervan. Doelbewust het leven beëindi-

gen wordt algemeen beschouwd als

ethisch onaanvaardbaar.

De ethiek van het utilitarisme echter,

maakt de onaantastbaarheid van de

mens ondergeschikt aan het tot stand

brengen van zo weinig mogelijk pijn

en zoveel mogelijk geluk. Dit miskent

dat mensen veeleer gericht zijn op

zinvolle relaties en erkenning door

anderen. Pijn en lijden worden voor-

al ondraaglijk bij niet-erkenning er-

van, bij grote eenzaamheid of als er

geen betekenis aan het leven meer

lijkt te zijn.

Daar komt bij dat uitzichtloosheid bij

louter psychisch lijden altijd betwist-

baar is, een subjectief oordeel van pa-

tiënt of arts. Mensen kunnen in mens-

onwaardige toestanden verkeren, en

denken dat ze door anderen afge-

schreven zijn, tot een last zijn verwor-

den of afstotend zijn. Dan moeten we

alles doen om hen uit die toestand te

halen en te tonen dat zij voor ons

mensen blijven, die respect verdienen

en die we niet in de steek laten.

Hulpverleners die euthanasie uitvoe-

ren blijken twee dominante houdin-

gen te ontwikkelen: ofwel zich aan de

regels houden, ofwel zoveel mogelijk

tegemoetkomen aan de wensen van

de patiënt. Er blijft bij hen echter een

diffuus onbehagen aanwezig, wat

erop wijst dat de diepere ethische vra-

gen niet helemaal verdwenen zijn.

Het ontzag voor de dood en het

doden is gebleven, maar de ethische

reflectie wordt overheerst door

aandacht voor procedures en senti-

mentalisme.

Een euthanasievraag moet men altijd

volkomen serieus nemen. Maar dat

betekent niet dat zorgverleners de

doodswens moeten honoreren. We

moeten in staat zijn om individueel en

collectief anders te reageren. Een fat-

soenlijke maatschappij houdt de men-

selijke waardigheid hoog en geeft

vooral zwakken en weerlozen elemen-

taire hulp en zorg, en bescherming

voor lijf en leven.

+

Broeder dr. René Stockman f.c. is generale

overste van de Belgische congregatie

Broeders van Liefde, die al decennialang we-

reldwijd actief is in de geestelijke

gezondheidszorg, zorg voor personen met

een handicap en onderwijs.

Met psychiaters dr. Marc Calmeyn en dr.

Marc Eneman en prof. Herman De Dijn

(KULeuven) schreef hij ‘Euthanasie bij psy-

chisch lijden: het hellend vlak dat

overslaat?’ (uitg. Garant, 66 pp., pb.,

€ 13,90, ISBN 978 90 441 3518 3).

Bestellen:

rene.stockman.fc@fracarita.org